Nederland Leest Oeroeg - Scholierensite
Hieronder vind je (verdiepings)vragen over Oeroeg, het boek dat centraal staat tijdens Nederland Leest 2009. Via de rode linkjes in de vragen kun je de fragmenten vinden die nodig zijn om de vragen te beantwoorden.

Vraag 1 - jaar 1939
Bekijk het interview dat Max Pam hield met Hella S. Haasse. Hierin vertelt zij over haar jeugd en de band met haar ouders. Wat betekende haar vader voor haar, met name voor haar ontwikkeling? Hoe kwam het dat ze zo'n afstandelijke relatie met haar ouders had, terwijl ze toch zo van hen hield? Herken je hiervan iets in Oeroeg?
(Hella S. Haasse in gesprek met Maarten Moll. In Het Parool, 8 januari 2009)

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 2 - jaar 1948
Een groep Franse middelbare scholieren bespreekt met vertaalster Annie Kroon Oeroeg. Welke passages vindt de geïnterviewde Franse scholiere het mooist? Waarom? Met welke Franse schrijver vinden die Franse scholieren Hella S. Haasse vergelijkbaar? Waarom? Met welke schrijver zou jij zelf Hella S. Haasse willen vergelijken?
Geef een goed argument.

Vraag 3 - jaar 1954
Bekijk de video Karaktertrek. Hierin spreekt Hella S. Haasse over haar karaktertrek om een onderwerp vanuit diverse perspectieven te benaderen alvorens een oordeel te vellen. Hoe reageert Hella S. Haasse op het verwijt dat ze nooit een duidelijk politiek standpunt inneemt? Nam Hella S. Haasse met Oeroeg volgens jou een politiek standpunt in? Leg uit waarom.

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 4 - jaar 1990
Lees het interview met Hella S. Haasse door Antoine Bodar. Hella S. Haasse zegt hierin: Ineens bleek ik schrijver te zijn. Denk je dat zij altijd al schrijfster wilde worden? Waarom wel of waarom niet? Wat vind jij zelf: word je schrijver, of ben je zo geboren?

Vraag 5 - jaar 1993
De film Oeroeg verschijnt bijna 50 jaar na het boek.
Bekijk het filmfragment.
Het personage Gerard is in het boek Oeroeg een neutrale figuur; hij is wel blank, maar hoort niet echt bij de blanken en ook niet bij de autochtone bevolking. Lida is zowel in het boek als in de film een blanke vrouw die partij kiest voor de Indische opstandelingen tegen het Nederlandse gezag.
In de film komt Gerard niet voor; een aantal kenmerken en uitspraken van hem zijn opgenomen in het personage Lida. Wanneer Johan vraagt : Is Oeroeg minder dan wij? antwoordt Lida: Is een krokodil minder dan een olifant? Is een vlinder minder dan een giraf? Ze zijn wel allemaal verschillend. Dat is het enige dat telt?
Vergelijk het filmfragment met de passage uit het boek waarin Gerard aan het woord is.
- Maakt het uit wie dit zegt, de neutrale Gerard of de partijdige Lida? Leg uit waarom.
- Waarom denk je dat Gerard is weggelaten uit de film?
- Maakt het uit dat in de film andere dieren worden gebruikt voor de vergelijking dan in het boek? Waarom wel of waarom niet?

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 6 - jaar 2007
Hella S. Haasse spreekt met criticus Arjan Peters over haar passie voor lezen en taal. Vanwaar die passie? En wat zegt ze over haar omgeving als inspiratiebron? Zie je daarvan iets terug in Oeroeg?
(Hella S. Haasse in gesprek met M.A. Lindo. In Het Parool, 12 juni 1993)
Verdiepingsvragen

Vraag 1 - jaar 1942
Bekijk het interview met Hella S. Haasse door Adriaan van Dis. Hierin vertelt zij over haar toneelervaringen en maakt ze een vergelijking met het schrijverschap. Hoe zijn toneelspelen en schrijven te vergelijken? Wat bedoelt ze met innerlijk toneel?

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 2 - jaar 1949
Bekijk het fragment waarin Hella S. Haasse spreekt met Antoine Bodar over haar grote liefde voor de middeleeuwen. Wat fascineerde haar met name in de late middeleeuwen?

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 3 - jaar 1955
In een brief aan W.L.M.E. van Leeuwen, van 5 maart 1955, vertelt Hella S. Haasse openhartig over haar bedoelingen met haar boek Zelfportret als legkaart. Welke functie vervult dit boek voor het schrijverschap van Hella S. Haasse?

Collectie Hella S. Haasse
Vraag 4 - jaar 1993
Bekijk het filmfragment en lees in Oeroeg (nog eens) de passage waarin Gerard aan het woord is over de verschillen tussen Oeroeg en de ik-verteller.
Het is in dit fragment duidelijk dat de ik-verteller sympathie heeft voor het standpunt van Gerard, en minder voor de discriminerende manier van denken van zijn vader. George Orwell schrijft in Animal Farm (1945): Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere. Vergelijk deze uitspraak met: Een panter is anders dan een aap, maar is een van de twee minder dan de ander? Welke uitspaak is volgens jou het meest waar? Waarom?
Profiel

Maak een profiel
Hieronder lees je een typering van het personage Oeroeg in het boek Oeroeg. Maak eenzelfde profiel voor het ik-personage in het boek Oeroeg. Gebruik dezelfde indeling in aspecten van zijn persoonlijkheid. Kun je net zo'n uitgebreid profiel samenstellen voor de ik-verteller als voor Oeroeg? Hoe hangt dit samen met het perspectief dat gebruikt wordt in het boek?
Voorbeeldprofiel

Naam: Oeroeg
Tijd: Van begin jaren twintig tot 1947 (politionele acties).
Leeftijd: Van baby tot man van begin 20, met het accent op de tijd van 6 tot 18 jaar.
Woon- en verblijfplaatsen: De theeplantage Kebon Djati in Preanger (Java). Batavia. Soerabaja.
Uiterlijk: Hij heeft een gespierd, mager lichaam. Zijn huid is egaal donker van kleur. Is lenig en behendig. Zijn gezicht is plat en breed, met grote ogen zo donker, dat zelfs het oogwit rondom beschaduwd leek, waarin een altijd gespannen, zoekende blik. Een brede, goedgevormde mond. Als peuter loopt hij rond in een gestreepte hansop. Later in een felrood tricot hemd, een fluwelen broek met padvindersriem en op zijn hoofd een zwarte topi (hoofddeksel voor Mohammedaanse jongens). Als hij een jaar of zestien is, drukt zijn hele houding een mengsel van ironische terughoudendheid en verlegenheid uit. Op de mulo gaat hij onberispelijk gekleed in onder andere een wit poloshirt en linnen schoenen, hij draagt zijn dik haar dan modieus geknipt. Als verzetsstrijder ziet hij er verfomfaaid uit: een gescheurd hemd, vuile kaki shorts, een hoofddoek van katoenstof, gewapend met kris en revolver. Hij heeft dan een litteken in zijn gezicht.
Opleiding: Gaat naar de Hollands-Indië school in Soekaboemi als hij 6 jaar is. Daarna naar de mulo en daarna naar de Nederlands-Indische Artsenschool in Soerabaja.
Gezondheid: Zijn huid vertoont hier en daar de rose vlekken die wezen op een vroeger doorgemaakte huidziekte.
Financiële middelen: De administrateur van de theeplantage, bij wie Oeroegs vader mandoer is, betaalt de lagere school. De opleidingen daarna worden door Lida bekostigd. Een tijdje ontvangt hij een toelage als aspirant-gouvernements-Indische arts.
Bloedverwanten: Moeder, Sidris. Vader Deppoh verdrinkt als hij het zoontje van zijn baas (Oeroegs speelkameraad) probeert te redden uit het meer Telaga Hideung. Veel broertjes en zusjes en familieleden van zijn moeder.
Reizen: Elke dag naar de lagere school, van Kebon Djati naar Soekaboemi, met de trein. Later naar Batavia en Soerabaja.
Werk: Aspirant-gouvernements-Indische arts en later verzetsstrijder.
Liefdesleven: Op de mulo scharrelt hij wat met Poppy, een halfbloed-meisje.
Vrienden: Van baby af aan is de even oude zoon van zijn vaders baas zijn speelkameraad. Later raakt hij bevriend met Abdullah Haroedin, een Mohammedaanse jongen door wie hij wordt beïnvloed op politiek en godsdienstig gebied, hij gaat bij hem en zijn ouders wonen. De Nederlandse pensioenhoudster Lida, die later ook bij Abdullah intrekt. Gerard Stokman, een opzichter van de theeplantage met wie hij (en zijn vriendje) als kind lange tochten door het oerwoud maakt.
Vijanden: Eind jaren dertig, als zijn politiek bewustzijn toeneemt, gaat hij de Hollanders als vijanden zien.
Bekenden: Jongens en meisjes op de mulo, onder andere Jules en Adi, en de artsenopleiding.
Goede en slechte eigenschappen: Snel en handig. Als kind te rusteloos om plaatjes te kunnen kijken en hij prefereert wilde spelletjes. Kan goed treinen en vliegtuigen nadoen, evenals mensen. Hij plaagt dieren, maar misschien is het te ver gezocht om hier van wreedheid te spreken (...) hem ontbrak alleen het gevoel, dat een Westerling vaak een dier doet sparen en eerbiedigen uit halfbewust verwantsbesef. Oeroeg zegt (in het Soedanees): Wat geeft het? Het zijn immers beesten. Onder de plagerijen van zijn vaders collega's blijft hij onverstoorbaar. Voor zijn leeftijd is hij nogal volwassen. Hij merkt veel op, heeft met name een scherp oog voor wat er zich tussen andere mensen afspeelt. Op school wordt hij tot de begaafde leerlingen gerekend, is hij snel van begrip en werkt met toewijding en nauwkeurigheid. Kan met een glimlach de grootste grofheden zeggen. Op het internaat in Batavia gedraagt hij zich dwars en branieachtig omdat hij zich er niet thuis voelt en indruk wil maken op de andere (rijke) jongens. Als hij achttien is: De beweeglijke jongen, met zijn braniemanieren en zijn snelle, zijdelingse blikken, waarin zowel verlegenheid als heimelijke spot kon schuilen, had plaats gemaakt voor deze ernstige, jonge inlander (...) vervuld van een nieuw en ditmaal volkomen harmonieus zelfbewustzijn.
Politieke en godsdienstige opvattingen: Hij wordt opgevoed in het mohammedaanse geloof maar tijdens zijn mulo-jaren neemt hij daarvan tijdelijk afstand. Wonend bij Abdullah keert hij tot zijn geloof terug. Op de artsenopleiding raakt hij geporteerd voor de progressieve nationalistische beweging: De dessah-man, het gewone volk is met opzet stom gehouden (...) jullie (Nederlanders) hadden er belang bij om de mensen te beletten zich te ontwikkelen (...). Laten ze ons fabrieken geven, en oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken...
Houdt van: Als kind: zoetigheden (tamarinde, goelali) en roedjak (scherp). Wilde spelletjes, jagen, ontdekkingsspelen. Zwemmen. De tochten met Gerard Stokman. Tekenen (met een voorliefde voor geometrische figuren). Verzamelt met zijn vriendje postzegels en sigarenbandjes. Verhalen over geesten die zijn nichtje Satih vertelt. Als hij ouder is, zwerft hij graag door de havens, de vloedbossen buiten Priok, de vismarkt. Gaat graag naar de bioscoop.
Houdt niet van: Lezen. Het vooruitzicht als klerk op een kantoor te moeten werken.
Bijzonderheden: Lacht niet met opengesperde mond zoals andere inlanders, zit dan zwijgend heen en weer te wiegen, het gezicht vertrokken tot een grimas. Oeroeg is zich als kind al heel goed bewust van de verschillen tussen de positie van de Hollanders en de Javanen. Doet op de mulo zijn best om voor een halfbloed door te gaan. Hoewel Lida zich opofferingen getroost voor zijn studie, laat hij weinig merken van waardering. Niet kwaad, zegt hij over haar tegenover zijn vriend. Zijn studiekeuze lijkt nogal pragmatisch, Lida betaalt zijn opleiding en zij ziet hem het liefst arts worden. Zijn jeugdvriend meent hem te ontmoeten in het oerwoud tijdens de politionele acties; (de vermeende) Oeroeg zegt dan tegen hem: Ga weg, je hebt hier niets te maken.
Bron: Inez van Eijk en Rudi Wester (2004) Honderd helden uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Amsterdam: Prometheus.
Hoofdsponsor:
Deze lessuggesties zijn mogelijk gemaakt door: 