Hella in een kinderpension
Als Hella bijna zeven jaar is, wordt haar moeder ernstig ziek. Zij vertrekt voor herstel naar Europa, waar ze naar een sanatorium in Davos gaat. Vader blijft in Soerabaja, Hella en Wim worden ondergebracht bij hun grootouders.
Wim gaat naar de grootouders van vaderskant in Baarn; Hella in eerste instantie naar de grootouders van moederskant in Heemstede. Al snel wordt ook zij ondergebracht in Baarn. Maar ze blijft er niet lang:
'Ik verhuisde naar B., de woonplaats van mijn andere grootouders. Daar zij geen twee kinderen in huis konden hebben, besloot men dat ik de jaren van mijn moeders afwezigheid zou doorbrengen in een kinderpension.
Deze inrichting stond onder beheer van drie dames, moeder en dochter en een vriendin van de dochter. Zij woonden in een witgepleisterd villaatje, één uit een eindeloze rij soortgelijke huisjes, met kleine ordelijke voortuinen achter groene hekken. [...] Ik kreeg een eigen kamer, eieren en fruit, en ging op tijd naar bed en in het bad. Er werd voor gezorgd dat ik mijn lessen leerde, dat ik in mijn vrije uren voldoende buitenlucht en lichaamsbeweging kreeg. Op wintermiddagen en regenachtige zomerzondagen werd ik volgens de regels ingewijd in de geheimen van knip- en plakwerk. Ik maakte merklappen met letters en cijfers erop, kleedjes met meanderranden, vilten speldenkussens en servetzakjes, boekomslagen en naaldenboekjes zonder tal. Nog zie ik in gedachten de repen en lappen oogjesstof waarop ik met rode en blauwe draden eindeloze reeksen kruisjes borduurde; de naald ging op en neer, achterom, onderdoor, enzovoorts, ad infinitum. Terwijl ik mijn best deed telkens het juiste aantal gaatjes over te slaan, dacht ik aan andere dingen. Uit zelfbehoud spon ik de dromen uit die ik me van 's nachts herinneren kon, verzon verhalen. Ik leerde vrij gauw begrijpen dat ik deze fantasieën niet aan de `tantes' moest vertellen.'
Uit: Zelfportret als legkaart
Trefwoord:
jeugd, Nederlands-Indië
|
|
|
|
|
Video: Kinderpension In een vraaggesprek met Adriaan van Dis vertelt Hella S. Haasse over haar tijd in het kinderpension. |
‘Als ik die periode niet had meegemaakt als klein kind, van twee jaar lang uit het gezin te verdwijnen - uit de veiligheid, uit de vertrouwde omgeving - en in een heel andere werkelijkheid te worden geplaatst, weet ik niet wat er was gebeurd. Nu was ik ontheemd, en zocht een verdedigingsmiddel. En ik was alleen op een kostschool, niet bij familie. Zo is dat ontstaan. Daar heeft zich die behoefte gevormd om dingen over mezelf in verhaaltjes te gieten, zonder me er helder van bewust te zijn dat ik dat deed en waarom.’
Uit: De handboog der verbeelding
‘In de periode tussen mijn zesde en negende jaar, toen ik in Nederland op kostschool was, heb ik mij vaak door mijn ouders in de steek gelaten gevoeld.’
Uit: Persoonsbewijs
