Brief over de roman De meermin
In een brief van 17 juni 1977 aan F. de Schutter gaat Hella S. Haasse uitvoerig in op zijn analyse van haar roman De meermin.
Den Haag 17-6 ‘77
Zeer geachte Heer de Schutter,
Daar ik enige tijd op reis ben geweest, heb ik U niet eerder kunnen antwoorden op Uw brief van 31-5 j.l., en op de (verrassende!) behandeling van “De meermin” voor Taalgroei. Ik ben zeer getroffen door de grondigheid en de creatieve “ruimte” van Uw aanpak. Het feit, dat een boek dat je geschreven hebt op een dergelijke wijze werkelijk gelezen wordt, is voor mij – en ik vermoed voor de meeste schrijvers – een aan het proces van het schrijven zèlf verwante intense ervaring.
Ik ben het eigenlijk wel met alles eens – hoe kan het anders, aangezien U, op eigen wijze, formuleert wat ik bedoeld heb of poogde te suggereren -; alleen ten aanzien van wat U over Hazekamp en Roduman zegt voel ik nog iets als aarzeling. Inderdaad kan men hun figuren beschouwen als stuwende krachten in de “geschiedenis”: H., de anarchist (op zijn manier) uit spleen en dépit, RR. De bewust-agerende, de manipulator, die altijd op de achtergrond blijft, met opzet.
Aangezien ik deze - of althans op hen lijkende- mannen werkelijk gekend heb (d.w.z. hun wezen en daden zó heb geïnterpreteerd), kost het mij enige moeite in hen archetypen te zien. Maar bij nader inzien moet ik toegeven, dat destructie/vernieuwing in de historie herhaaldelijk dergelijke gestalten aannemen; het ging er mij overigens ook om voelbaar te maken hoe onontwarbaar “positief” en “negatief” handelen en denken met elkaar verweven kunnen zijn. De term “bedrijfsspionne”, i.v.m. Doortje, is ironisch gebruikt. Het bedrijf in kwestie was de illegale groepering/actie, waarbij Mastland betrokken was; er werd in de leiding getwijfeld aan zijn betrouwbaarheid. Mastland deed mee in het verzet tegen de Duitse bezetters, maar men kan zich voorstellen dat hij, ná de oorlog, zich tegen vroegere mede-illegalen zou keren, op politieke gronden. Doortje, door de “leiding” ingezet om Mastland als koerierster te assisteren maar tevens om hem in de gaten te houden, werd door haar labiliteit en verliefdheid gevangen. Sera nam bepaalde taken van Doortje over, op Mastlands verzoek; háár contact met de leiding was van andere aard, d.w.z. zij was niet door die leiding gekozen en ingezet, en kon dus ook niet als “bedrijfsspionne” functioneren.
Inderdaad is “Fosfer” de vergrieksing van “Lucebert”, al houden verder alle vergelijkingen op! Hoogstens zitten er in Fosfer elementen van de jonge, baldadige, met zijn doorbraak-kunst opschudding veroorzakende Lucebert, die tot Keizer van de 50ers werd gekroond. Al heb ik soms aan bepaalde mensen en groeperingen moeten denken, “De meermin” is beslist géén sleutelroman. (Voor de goede orde heb ik de “De meermin” toch maar weer eens herlezen, gisteren, 18-6; mijn gevoel van waardering, bewondering, voor de wijze waarop U de draden ontward en de brokstukjes geordend hebt, is er alleen maar groter door geworden!)
Mert hoogachting, hartelijke groet en (ook!) dank,
Hella S. Haasse
Trefwoord:
correspondentie