Toen ik schoolging
Korte omschrijving inhoud
‘Mijn schooltijd begon in 1924 bij de nonnen in Soerabaya, in dezelfde straat als waarin wij woonden, dus op loopafstand voor een klein kind alleen. Gewapend met lei, griffelkoker en sponzendoos stapte ik iedere ochtend door het bedauwde gras op de bermen langs de weg.’
In Toen ik schoolging toont Hella S. Haasse waar de kiem ligt van haar schrijverschap.
Het boekje is geïllustreerd met jeugdfoto’s en de brief die zij als twaalfjarige schreef vanuit Indië aan haar vroegere leraar in Nederland.
De jeugd van het aapje Mona
'In een hooge palmboom woonde een apen / gezin. Vader en Moeder met 3 aapjes: Mona, Joko en Titi. Op een warme dag zat moeder / aap met haar kleintjes op een wiegende / palmtak. Papa Aap zat tusschen de / kokosnoten te dutten. Mona klom / van de eene palmtak in de andere en deed / zijn best om de tak van een vijgenboom / te pakken, want die luste hij o! Zoo graag / plotseling trok hij zijn begeerige pootje / terug en met tintelende oogjes keek hij naar / beneden. Daar liep Nobel de leeuw brom- / mend rond, woest om dat hij de boom / niet kon beklimmen om een kalkoentje / te snappen. Mona vluchtte naar Moeder / aap en vertelde haar dat Nobel onder / de palmboom lag te loeren. Best zei / Moeder lachend, we zullen die Nobel eens / hebben hoor! Kom jullie kinderen, naar gin- / dse notenboom, dan zullen we Nobel zijn / kop eens laten voelen, zoodat hij thuis blijft / en wij ongestoord uit kunnen gaan.
'In een hooge palmboom woonde een apen / gezin. Vader en Moeder met 3 aapjes: Mona, Joko en Titi. Op een warme dag zat moeder / aap met haar kleintjes op een wiegende / palmtak. Papa Aap zat tusschen de / kokosnoten te dutten. Mona klom / van de eene palmtak in de andere en deed / zijn best om de tak van een vijgenboom / te pakken, want die luste hij o! Zoo graag / plotseling trok hij zijn begeerige pootje / terug en met tintelende oogjes keek hij naar / beneden. Daar liep Nobel de leeuw brom- / mend rond, woest om dat hij de boom / niet kon beklimmen om een kalkoentje / te snappen. Mona vluchtte naar Moeder / aap en vertelde haar dat Nobel onder / de palmboom lag te loeren. Best zei / Moeder lachend, we zullen die Nobel eens / hebben hoor! Kom jullie kinderen, naar gin- / dse notenboom, dan zullen we Nobel zijn / kop eens laten voelen, zoodat hij thuis blijft / en wij ongestoord uit kunnen gaan.
Chronologisch overzicht sluiten
Recent bekeken sluiten
2007
