Sterrenjacht
Korte omschrijving inhoud
Hella S. Haasse publiceerde in 1950 onder het pseudoniem C.J. van der Sevensterre het feuilleton Sterrenjacht in Het Parool. Samen vormen de afleveringen een spannende en hilarische roman zonder literaire pretenties. Begin 2007 vindt Haasse het feuilleton bij toeval terug; voor het eerst verschijnt dit curiosum in boekvorm.
Sinterklaasavond, de jaren dertig. Caspar-Jan ontvangt in het pension waar hij woont een geheimzinnig pakketje zonder afzender. Daarin zitten een versje over de Zeven Provinciën en een zevenpuntige ster van granaten, gevat in goud. Op de achterzijde staat er met kleine lettertjes ‘Groeningen’ in gegraveerd. Zijn rijke tante Arabella, niet toevallig de eigenares van de ster met de inscriptie ‘Zeelant’, vertelt hem dat wie in het bezit komt van alle zeven sterren met provincienamen, zal vernemen waar een schat verborgen is.
Caspar-Jan gaat op sterrenjacht en algauw volgen de verwikkelingen elkaar in steeds hoger tempo op. Door slimme listen en kolderieke verwarring vindt hij een aantal sterren, maar hij verliest ze ook weer even snel. Zal het hem lukken de schat te vinden en rijk te worden?
Trefwoord:
romans
Begin 2007 vindt Hella S. Haasse een stapel oude krantenstukken terug. Het blijkt het feuilleton 'Sterrenjacht' te zijn, dat zij zelf niet meer als manuscript bezit. Haar redacteur Patricia de Groot van Querido sprak met haar.
Wanneer schreef je 'Sterrenjacht'? Had je toen al literair werk gepubliceerd?
Ik schreef het in 1949, na de publicatie van mijn roman Het woud der verwachting.
Je situeert het verhaal in de jaren dertig. Waarom? Had je daar een bedoeling mee?
Het is natuurlijk bedoeld als een spannend verhaal. Om de nadruk te leggen op het ontspannende karakter ervan heb ik gekozen voor de jaren dertig, waarin er nog geen sprake was van de problemen en de zorgen die de Tweede Wereldoorlog met zich mee zou brengen. Uit het verhaal (immers een droom) blijkt al dat het niet de bedoeling was de geschiedenis zich te laten afspelen in de werkelijkheid van de oorlogsjaren en de jaren vlak daarna.
Hoe kwam je contact met Het Parool tot stand?
Ik kende Wim Hora Adema, die als journaliste aan Het Parool verbonden was. Ik had haar ontmoet toen ik in 1938 uit Indië kwam; als studente ben ik in huis geweest bij de familie Hora Adema, die toen een pension had in De Lairessestraat. Zij werkte bij het illegale Parool. Ook tijdens de oorlog hebben we contact gehad, en in 1943 heb ik door haar bemiddeling teksten geschreven voor het cabaret van Wim Sonneveld. Al eerder had ik voor Het Parool een feuilleton uit het Engels vertaald. Daarna vroeg Wim Hora Adema of ik niet zelf een feuilleton kon schrijven. Dat werd 'Sterrenjacht'.
Hoe ging dat verder in zijn werk? Overlegde de redactie met je over de inhoud? Hoorde je wel eens reacties van lezers op de afleveringen?
Nee, er was geen overleg, omdat ik het als één manuscript geschreven had, want het was mij veel te riskant om op de bonnefooi wekelijks een aflevering te schrijven. Ik heb het in zeer korte tijd bedacht en geschreven. En reacties kreeg ik niet, want niemand wist wie er achter dat pseudoniem Van der Sevensterre schuilging.
Alles in het boek heeft met sterren en met het getal zeven te maken. Ook de hoofdpersoon heet Van der Sevensterre en hij zoekt zeven zevenpuntige sterren. Kwamen die sterren uit de lucht vallen? Of bestaat het oud-Hollandse versje over de Seven Provincien echt en heeft dat jouw verbeelding op gang gebracht?
Nee hoor, het verhaal is helemaal verzonnen! En het versje waar je op doelt, is ook verzonnen, het is misschien niet eens correct oud-Hollands!
De tekst is een hoogst kolderieke opeenvolging van hilarische scènes. Ik moest er ontzettend om lachen, maar heb ook bewondering voor de manier waarop je de touwtjes in handen houdt. Het is niet eenvoudig om alle verwikkelingen zo met vaste hand naar een afgerond einde te schrijven. Weet je nog hoe je het schreef?
Ik wist dat het als feuilleton gepubliceerd ging worden en dat afleveringen een vaste lengte hadden. Ik heb geprobeerd elke aflevering te laten eindigen met een situatie die de spanning opwekt bij de lezers, een zogenaamde cliffhanger. Daarom zit er ook zo’n tempo in.
Ik heb die tekst al meer dan een halve eeuw niet gezien en ook nu nog vind ik het een heel vermakelijk verhaal. Ik zie ook dat ik het met plezier heb gedaan, het was geen fluitje van een cent, al had ik er uiteraard geen literaire pretentie mee.
Het is opvallend dat het tempo waarin verteld wordt en waarin de gebeurtenissen zich afspelen helemaal niet verouderd is, ook al speelt het verhaal zich in de jaren dertig af en schreef je het bijna zestig jaar geleden. Zie jij dat ook zo?
Dat komt omdat het een feuilleton is, het tempo is bijna een voorwaarde. Je kunt niet zomaar van een roman een feuilleton maken. Hoe houd je de spanning voor de lezer erin? Ik heb veel geleerd van het vertalen van het Engelse feuilleton, waar een goede spanningsboog in zat.
Hoe vind je het dat 'Sterrenjacht' nu bijna zestig jaar later in boekvorm te lezen is?
Ik ben verrast dat het als boek verschijnt en vind het eerlijk gezegd wel leuk. Ik ben erg benieuwd hoe lezers, die andersoortig werk van mij gewend zijn, erop gaan reageren.