Oeroeg - een begin
Korte beschrijving inhoud
Toen Hella S. Haasse vijftien jaar oud was, schreef zij het schoolopstel ‘De tovervogel’, en elementen van dit verhaal zijn terug te vinden in haar debuut Oeroeg. Van de vijf velletjes opstel is er inmiddels één verloren gegaan, de andere vier zijn gekreukeld overgeleverd. In het boek Oeroeg – een begin zijn de teksten en de handschriften van beide samengebracht.
Het boek wordt uitgegeven ter gelegenheid van de Prijs der Nederlandse Letteren in 2004 van de Nederlandse Taalunie aan Hella S. Haasse. Behalve het opstel en het handschrift van Oeroeg bevat het boek bijdragen van Peter van Zonneveld en Kees Snoek, en het officiële juryrapport.
Trefwoord:
Nederlands-Indië, oorlog, romans
"Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij..."
Prijsvraag Boekenweek
De novelle verschijnt in 1948 als Boekenweekgeschenk onder het motto ‘Soeka Toelis’, Maleis voor ‘Ik hou van schrijven’. Het verschijnt anoniem: de lezers - die het boek cadeau krijgen bij een boekaankoop van ten minste f 3,50 – kunnen raden wie de schrijver is. Van de ruim 24 000 inzenders hadden slechts 672 het goed. Uit: Schrijversprentenboek 'Ik maak kenbaar wat bestond'
‘In 1947 kreeg ik een uitnodiging om deel te nemen aan de novelle-prijsvraag, uitgeschreven door de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Enkele maanden tevoren was mijn dochtertje gestorven; ik moest op de een of andere manier weer leren leven. Om mezelf tot concentratie te dwingen, begon ik aan een verhaal waarvan alleen de eerste regel vaststond: “Oeroeg was mijn vriend.”’
Uit een interview in Het Vaderland, 10 maart 1956/Schrijversprentenboek 'Ik maak kenbaar wat bestond')
De novelle verschijnt in 1948 als Boekenweekgeschenk onder het motto ‘Soeka Toelis’, Maleis voor ‘Ik hou van schrijven’. Het verschijnt anoniem: de lezers - die het boek cadeau krijgen bij een boekaankoop van ten minste f 3,50 – kunnen raden wie de schrijver is. Van de ruim 24 000 inzenders hadden slechts 672 het goed. Uit: Schrijversprentenboek 'Ik maak kenbaar wat bestond'
‘In 1947 kreeg ik een uitnodiging om deel te nemen aan de novelle-prijsvraag, uitgeschreven door de Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Enkele maanden tevoren was mijn dochtertje gestorven; ik moest op de een of andere manier weer leren leven. Om mezelf tot concentratie te dwingen, begon ik aan een verhaal waarvan alleen de eerste regel vaststond: “Oeroeg was mijn vriend.”’
Uit een interview in Het Vaderland, 10 maart 1956/Schrijversprentenboek 'Ik maak kenbaar wat bestond')
Chronologisch overzicht sluiten
Recent bekeken sluiten
2004
