Leven in Bandoeng
‘Mijn vader had een kast vol boeken uit zijn eigen jeugd: de volledige Jules Verne, in de bekende blauw met gouden banden, de werken van Oltmans en Van Lennep, twee dikke delen De Onbeschaafde Volken waarin geïllustreerd met ouderwetse gravures de zeden en gewoonten van Eskimo's, Chinezen, Indiërs, Kaffers, Vuurlanders en Maori's tot in details werden beschreven. Voortaan bleef ik thuis; 's middags in bed, na het rustuur op de stoep van de achtergalerij of in de mangga-boom voor het huis, en in de avondkoelte op het platje, verslond ik het ene boek na het andere. Ik leefde in een roes, die door het schoolgaan en andere dagelijkse gebeurtenissen nauwelijks werd verstoord.’
Uit: Zelfportret als legkaart
Trefwoord:
jeugd, Nederlands-Indië
Zestig jaar later
'Met mijn man loop ik nog eenmaal in de ochtendkoelte door de lanen, langs huizen en tuinen waar ik eens "uit spelen" ging, langs het plantsoen waar ik, in de smalle schaduw onder pasgeplante flamboyantboompjes na het rustuur sigarenbandjes of filmsterrenfoto's ruilde met klasgenoten van de lagere school. Ik sta op de berm vóór ons vroegere huis in de Progostraat, aan de voet van de glooiing die tot het gebouw van Gouvernements Bedrijven reikt: eens een parkachtig aangelegd terrein met bosjes en bloeiende struiken, nu braakliggend land, met hier en daar een maïsveldje, een rij pisangbomen. Hoeveel malen heb ik de omtrekken van Gedoeng Saté zo en niet anders zich zien aftekenen tegen de witblauw-glinsterende lucht? Met de beste wil van de wereld kan ik het beeld van toen niet meer terugvinden. Ik realiseer mij alleen - iets waaraan ik destijds zelfs nooit heb gedacht, ik wist het niet eens - dat de straat genoemd is naar de Progo, de heilige en historisch belangrijke rivier van de Javanen in het hart van de Vorstenlanden.'
Uit: Krassen op een rots
'Met mijn man loop ik nog eenmaal in de ochtendkoelte door de lanen, langs huizen en tuinen waar ik eens "uit spelen" ging, langs het plantsoen waar ik, in de smalle schaduw onder pasgeplante flamboyantboompjes na het rustuur sigarenbandjes of filmsterrenfoto's ruilde met klasgenoten van de lagere school. Ik sta op de berm vóór ons vroegere huis in de Progostraat, aan de voet van de glooiing die tot het gebouw van Gouvernements Bedrijven reikt: eens een parkachtig aangelegd terrein met bosjes en bloeiende struiken, nu braakliggend land, met hier en daar een maïsveldje, een rij pisangbomen. Hoeveel malen heb ik de omtrekken van Gedoeng Saté zo en niet anders zich zien aftekenen tegen de witblauw-glinsterende lucht? Met de beste wil van de wereld kan ik het beeld van toen niet meer terugvinden. Ik realiseer mij alleen - iets waaraan ik destijds zelfs nooit heb gedacht, ik wist het niet eens - dat de straat genoemd is naar de Progo, de heilige en historisch belangrijke rivier van de Javanen in het hart van de Vorstenlanden.'
Uit: Krassen op een rots
Chronologisch overzicht sluiten
Recent bekeken sluiten
1929
